De vereiste inrichting voor de afgifte van restlading is zowel in het CDNI, Aanhangsel II, als in het ADNR 8.6.4.1 omschreven. Bij de interface schip-wal ontbreken echter aanwijzingen voor uniforme koppelsystemen voor de aansluitingen. In het CDNI, Aanhangsel II wordt een aansluiting conform CEFIC geëist. (zie pictogram)
Deze verwijzing is echter in het ADNR-versie 2009 geschrapt. Voor transporten voor de chemische sector, die in de regel eenheidstransporten zijn, zijn er andere, op deze stoffen afgestemde en genormeerde koppelsystemen. Deze moeten ook in de toekomst voor het vervoer van chemische stoffen toegestaan blijven, omdat deze specifieke interface schip-wal al zelf voor standaardisering heeft gezorgd, en wel op een wijze die geen milieuverontreinigende incidenten tot gevolg heeft. Uitgaand van de reeds gestandaardiseerde aansluitingen in de voorschriften van het ROSR (Art. 8.05 vulleidingen voor brandstoftanks; Art. 8.09 oliehoudend water, afgewerkte olie; Art. 15.14 huishoudelijk afvalwater) en rekening houdend met het feit dat aan boord van moderne dubbelwandige schepen tot nu toe twee geschikte, normaansluitingen in de praktijk gangbaar zijn, stellen de Zwitsers voor de installaties voor de afgifte van restlading twee normaansluitingen voor. Met uitzondering van de schepen die eenheidstransporten verzorgen en andere, nader te bepalen transporten voor de chemische sector, zouden uitsluitend ELAFLEX (EN1305:1996) (zie foto’s) en KAMLOK gestandaardiseerde koppelsystemen moeten worden toegelaten.
Verder moet nog worden bepaald, welk gedeelte van de gestandaardiseerde verbinding aan boord en welk gedeelte aan land moet worden gebruikt. Bovendien moet ook de grootte van de normaansluiting worden bepaald. Rekening houdend met de praktijk stelt de Zwitserse overheid het volgende voor:
De STORTZ C koppeling mag volgens het voorstel alleen voor drink, dekwas en brandblussystemen gebruikt worden.
Het bedrijfsleven wenst op dit voorstel te reageren en de koppeling ten behoeve van het afgeven van restlading, dat ook voor de walzijde zal gaan gelden, te reduceren tot één te weten de WALTHER koppeling gelet op het feit dat deze koppeling een nog hoger veiligheidsniveau kan bewerkstelligen dan de eerder genoemde koppelingen.
De Duitse en Nederlandse overheid zijn bereid een voorstel te bestuderen om de huidige ombouweisen in de toekomst eventueel aan te passen. De betrokken overheden zijn van mening dat het uitgesloten is dat een type N enkelwandig omgebouwd wordt naar een type C dus alleen naar een dubbelwandig type N. De achtergrond hierachter is van politieke aard. Tevens zouden deze schepen mogen afzien van de huidige ombouweisen welke zijn verwoord in ADNR 9.3.3.03) d - 9.3.3.51.3 en de laatste zin van 9.3.3.52.4:
Een om te bouwen enkelwandig type N schip zou tevens alleen nog maar stoffen mogen vervoeren welke geen EX vereiste kent in kolom 18 van tabel C. Dit zijn circa 53 stoffen (type N dubbelwandig) waaronder: stofnummer 9003 – UN 3265 – 3264 – 3257 – 2815 – 2828 etc.